Jan van Nassaustraat 21, 2596 BL Den Haag
Ma – Vr 8:30 – 17:30
post@driessenaccountancy.nl

Belasting op saldolijfrente kan eigendomsrecht schenden

De Rechtbank Noord-Holland heeft geoordeeld dat de belastingheffing over een saldolijfrente per 2020 in een concreet geval te ver gaat. Volgens de rechtbank vormt de verplichte fiscale afrekening een inbreuk op het eigendomsrecht, omdat de belastingdruk niet in verhouding staat tot het inkomen en de uitkeringen van de belastingplichtige.

De zaak draait om een vrouw die in 2020 werd geconfronteerd met een belastingaanslag van € 75.652. Deze aanslag had betrekking op haar saldolijfrenteverzekering met een waarde van € 158.528. Aanleiding was het aflopen van het overgangsrecht op 31 december 2020. Vanaf dat moment moest fiscaal worden afgerekend over het rentebestanddeel in de waarde van de lijfrente. De vrouw stelde dat deze heffing onevenredig was en in strijd met het eigendomsrecht zoals beschermd door het EVRM. Ook deed zij een beroep op het gelijkheidsbeginsel.

De rechtbank oordeelt dat de wettelijke regeling op zichzelf niet onrechtmatig is. Het overgangsrecht van twintig jaar en het maximale belastingtarief van 45 procent worden als redelijk gezien. In dit specifieke geval pakt de regeling echter buitensporig uit. De heffingsgrondslag is vijftien keer zo hoog als de jaarlijkse uitkering. Daarnaast had de vrouw onvoldoende financiële middelen om de aanslag te betalen zonder een lening af te sluiten. Afkoop van de lijfrente was niet mogelijk en zij werd pas laat in 2020 geïnformeerd over de fiscale gevolgen. Hierdoor had zij nauwelijks gelegenheid om maatregelen te treffen.

Op basis hiervan concludeert de rechtbank dat sprake is van een individuele en buitensporige last. Dat betekent een schending van het eigendomsrecht. Het belastbaar inkomen uit werk en woning wordt daarom verlaagd en ook de belastingrente wordt verminderd. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagt niet, omdat het overgangsrecht voor iedereen op hetzelfde moment is geëindigd.

Belang voor de praktijk

Saldolijfrenten zijn oude lijfrentecontracten die vóór 14 september 1999 zijn afgesloten. De ingelegde premies of koopsommen waren destijds niet aftrekbaar. Belasting werd pas geheven zodra de uitkeringen hoger waren dan de ingelegde bedragen. Dit systeem gold tot en met 31 december 2020. Daarna moest alsnog fiscaal worden afgerekend over het opgebouwde rentedeel.

In eerdere procedures bij de Rechtbank Zeeland-West-Brabant kregen belastingplichtigen geen gelijk. In die zaken stond vooral de waarderingsmethode centraal, en die bleek correct te zijn toegepast. Ook werd toen geoordeeld dat geen sprake was van een buitensporige last.

De uitspraak van Rechtbank Noord-Holland laat zien dat de uitkomst per situatie kan verschillen. Vooral wanneer de belastingheffing leidt tot ernstige financiële problemen, kan sprake zijn van een schending van het eigendomsrecht. Voor adviseurs is het daarom belangrijk om bij cliënten met een saldolijfrente niet alleen naar de wet te kijken, maar ook naar de persoonlijke financiële gevolgen.

Bron: Legal & Tax Nationale-Nederlanden