Europese ministers pleiten voor nieuwe belasting op winsten energiebedrijven
Vijf Europese ministers van Financiën willen dat de Europese Commissie opnieuw een belasting invoert op overwinsten van energiebedrijven. Aanleiding zijn de sterk gestegen energieprijzen door de oorlog in Iran. De ministers van Duitsland, Italië, Spanje, Portugal en Oostenrijk deden deze oproep in een brief aan eurocommissaris Wopke Hoekstra.
‘Bedrijven moeten bijdrage leveren’
Volgens de ministers is een dergelijke belasting nodig om de lasten voor huishoudens te verlichten. Bedrijven die profiteren van de hoge prijzen zouden volgens hen ook moeten bijdragen. De maatregel moet bovendien laten zien dat Europa eensgezind en daadkrachtig optreedt.
Er zijn nog geen concrete voorstellen gedaan over:
de hoogte van de belasting;
of welke bedrijven precies onder de regeling vallen.
Terugkeer van eerdere crisismaatregelen
De ministers verwijzen naar een vergelijkbare maatregel uit 2022, toen de EU een belasting invoerde op overwinsten vanwege de energiecrisis na de oorlog in Oekraïne. Volgens hen zou een nieuw EU-breed instrument snel moeten worden ontwikkeld.
Ook eurocommissaris Dan Jørgensen heeft aangegeven dat de EU opnieuw kijkt naar crisismaatregelen, zoals:
een belasting op overwinsten;
en het beperken van belastingen op elektriciteit.
Kritiek vanuit sector
Niet iedereen is het eens met het plan. Een Duitse brancheorganisatie voor raffinaderijen en tankstations stelt dat energiebedrijven niet onterecht profiteren en dat een extra belasting niet gerechtvaardigd is. Volgens de sector ligt de focus juist op het zekerstellen van de energievoorziening.
Energieprijzen flink gestegen
Sinds het begin van de Iranoorlog zijn de energieprijzen sterk opgelopen:
gasprijzen in Europa stegen met meer dan 70%;
ook olieprijzen namen fors toe.
Hoewel Europa inmiddels meer gebruikmaakt van duurzame energie, blijven de prijsstijgingen voelbaar voor huishoudens en bedrijven.
Bron: ANP
Pakketjes van buiten de EU worden vanaf 1 juli fors duurder
Wie vanaf 1 juli een pakketje bestelt van buiten de EU, gaat daar € 3 extra invoerheffing over betalen. Vanaf november komt daar ook nog een Europese heffing van € 2 bovenop. Daarmee wordt een pakketje uiteindelijk € 5 duurder dan nu. Dat schrijft staatssecretaris Eelco Eerenberg van Financiën in een Kamerbrief.
Vrijstelling voor goedkope pakketjes verdwijnt
Op dit moment geldt nog een uitzondering voor pakketjes met een waarde van minder dan € 150. Die vrijstelling verdwijnt. Daardoor worden ook goedkope bestellingen uit bijvoorbeeld China of andere landen buiten de EU extra belast.
Kosten hangen af van de factuur
De nieuwe heffing wordt niet per pakket berekend, maar per productregel op de factuur. Dat betekent:
een pakket met drie verschillende producten kan duurder uitvallen;
een pakket met drie identieke producten blijft relatief goedkoper;
voor bulkzendingen geldt een lager tarief van € 0,50 per productregel.
Waarom komt deze heffing er?
De overheid wil met deze zogeheten handling fee:
de enorme stroom goedkope pakketjes uit vooral Azië afremmen;
én de kosten van douanecontroles dekken.
De opbrengst van de Europese heffing gaat naar de douane. De inkomsten uit de Nederlandse heffing vloeien naar de staatskas.
Honderden miljoenen extra inkomsten
Volgens Eerenberg leveren de maatregelen Nederland flink wat op:
de Europese heffing moet in 2026 en 2027 bijna € 600 miljoen opleveren;
de nationale invoerheffing levert naar verwachting jaarlijks ruim € 180 miljoen op.
Daar staat tegenover dat de overheid ook € 100 miljoen per jaar wil uittrekken voor extra toezicht op de onlinehandel.
Niet alleen Nederland
Nederland is niet het enige land dat deze stap zet. Ook Frankrijk, België en Luxemburg voeren vergelijkbare heffingen in. Daarmee willen landen voorkomen dat pakketjes via een buurland worden ingevoerd om kosten te ontwijken.
Het vaste Nederlandse tarief van € 3 geldt voorlopig tot 1 juli 2028.
Bron: Ministerie van Financiën
Papieren schenking op lijst van opvallende belastingconstructies
De zogenoemde papieren schenking is door ambtenaren van de Belastingdienst en het ministerie van Financiën op de lijst gezet van ‘opmerkelijke constructies’. Dat meldt het Financieele Dagblad. De regeling ligt al langer onder een vergrootglas, omdat zij vaak wordt gebruikt om erfbelasting te besparen.
Wat is een papieren schenking?
Bij een papieren schenking wordt geen geld direct overgemaakt. In plaats daarvan verklaart de schenker — vaak een ouder — dat hij of zij een bedrag schuldig is aan de begiftigde, bijvoorbeeld een kind. Die schuld wordt meestal vastgelegd in een notariële akte en is vaak pas opeisbaar bij overlijden.
Er ontstaat dus geen directe overboeking, maar een schuld-vorderingverhouding.
Waarom is dit fiscaal aantrekkelijk?
De papieren schenking kan fiscaal gunstig zijn om meerdere redenen:
De schuld mag later in mindering worden gebracht op de nalatenschap, waardoor minder erfbelasting verschuldigd is.
De schenker moet jaarlijks 6% rente betalen over de schuld.
Die rentebetalingen zijn in de praktijk een manier om belastingvrij vermogen over te dragen.
Daarnaast kunnen jaarlijks ook de gebruikelijke schenkingsvrijstellingen worden benut.
Daardoor kan deze constructie in sommige gevallen leiden tot een aanzienlijke belastingbesparing.
Financiën ziet regeling als onwenselijk
De papieren schenking werd vorig jaar al door toenmalig staatssecretaris Eugene Heijnen als ‘onwenselijk’ bestempeld. Volgens hem is het lastig om onderscheid te maken tussen normale vermogensplanning en constructies die vooral zijn gericht op het uithollen van de erf- en schenkbelasting.
Mogelijke aanpassingen
In de Voorjaarsnota worden volgens het FD twee mogelijke ingrepen genoemd:
De verplichte rente verlagen van 6% naar 3%
Daarmee zou minder belastingvrij vermogen worden overgedragen. Tegelijk kan dit de regeling juist aantrekkelijker maken, omdat de jaarlijkse lasten lager worden.
De schenking later alsnog belasten als fictieve verkrijging
Bijvoorbeeld bij het overlijden van de schenker.
Of en hoe het kabinet deze constructie daadwerkelijk gaat aanpassen, is nog niet duidelijk.
Bron: Financieele Dagblad