Jan van Nassaustraat 21, 2596 BL Den Haag
Ma – Vr 8:30 – 17:30
post@driessenaccountancy.nl

Compensatie transitievergoeding verdwijnt vanaf 2027

Werkgevers krijgen vanaf 1 januari 2027 geen compensatie meer van de overheid voor de transitievergoeding die zij betalen bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid. Ook de regeling voor werkgevers die hun bedrijf beëindigen vanwege pensionering of overlijden wordt afgeschaft.

Het kabinet heeft hiervoor een aangepast wetsvoorstel naar de Tweede Kamer gestuurd. De maatregel moet bijdragen aan houdbare overheidsfinanciën.

Einde compensatie voor alle werkgevers

Het vorige kabinet wilde de compensatieregeling al afschaffen voor grotere werkgevers bij ontslag van langdurig zieke werknemers. Het huidige kabinet gaat een stap verder en schrapt de regeling voor alle werkgevers.

Daardoor moeten werkgevers vanaf 2027 de volledige transitievergoeding zelf betalen, zonder vergoeding van de overheid.

Wanneer is een transitievergoeding verschuldigd?

Werknemers hebben recht op een transitievergoeding als:

zij worden ontslagen na langdurige arbeidsongeschiktheid;
een tijdelijk contract niet wordt verlengd;
of de werkgever stopt vanwege pensionering of overlijden.

De hoogte van de vergoeding hangt af van:

het salaris;
en de duur van het dienstverband.
Kabinet wil transitievergoeding hervormen

In het coalitieakkoord is afgesproken dat ook de transitievergoeding zelf wordt herzien. Het kabinet wil dat de regeling meer gericht wordt op het begeleiden van werknemers naar nieuw werk.

Daarbij wordt onder meer onderzocht of werkgevers minder of zelfs geen transitievergoeding hoeven te betalen wanneer zij:

voldoende hebben geïnvesteerd in bij- of omscholing;
of zich aantoonbaar hebben ingezet voor re-integratie van werknemers volgens de regels van de Wet verbetering poortwachter.

Over de verdere uitwerking van deze plannen volgt later meer duidelijkheid.

Bron: Rijksoverheid

ING beperkt aflossingsvrije hypotheken verder

ING scherpt de regels voor aflossingsvrije hypotheken aan. Vanaf 23 juli 2026 kunnen klanten nog maar een beperkt deel van de woningwaarde financieren met een hypotheek waarop tussentijds niet wordt afgelost. Daarmee volgt ING het voorbeeld van onder meer Rabobank, ASN Bank en ABN AMRO.

Nieuwe grenzen voor aflossingsvrij lenen

Bij nieuwe hypotheken geldt straks dat maximaal 30% van de woningwaarde aflossingsvrij mag zijn. Daarnaast stelt ING vaste maximumbedragen:

woningen tot € 1 miljoen: maximaal € 150.000 aflossingsvrij;
woningen tot € 2 miljoen: maximaal € 250.000;
woningen boven € 2 miljoen: maximaal € 500.000.
Bestaande klanten behouden huidige lening

Voor klanten die al een aflossingsvrije hypotheek hebben en niets wijzigen, verandert er niets. Wie de hypotheek wil verlengen, mag het huidige aflossingsvrije deel behouden tot maximaal 50% van de woningwaarde.

Waarom banken ingrijpen

De strengere regels volgen op waarschuwingen van onder andere De Nederlandsche Bank. Volgens DNB brengen aflossingsvrije hypotheken extra risico’s met zich mee, omdat:

de schuld tussentijds niet afneemt;
terugbetaling vaak afhankelijk is van de woningwaarde;
en huishoudens kwetsbaar kunnen worden bij pensionering, baanverlies of dalende huizenprijzen.
Nog altijd groot aandeel aflossingsvrije hypotheken

Nieuwe huizenkopers kiezen tegenwoordig minder vaak voor een volledig aflossingsvrije hypotheek. Toch bestaat volgens DNB nog altijd bijna 45% van alle Nederlandse hypotheekschulden uit aflossingsvrije leningen.

Bron: ANP

Onbelaste reiskostenvergoeding stijgt naar € 0,25 per kilometer

Het kabinet verhoogt de onbelaste reiskostenvergoeding van € 0,23 naar € 0,25 per kilometer. De staatssecretaris van Financiën heeft deze verhoging alvast goedgekeurd via een beleidsbesluit, vooruitlopend op het Belastingplan 2027.

De maatregel geldt met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026. Werkgevers mogen daardoor nu al € 0,25 per kilometer onbelast vergoeden.

Wat betekent dit voor werkgevers?

De Belastingdienst heeft uitgelegd hoe werkgevers dit moeten verwerken in de loonadministratie en aangifte loonheffingen.

Minder dan € 0,25 vergoed?

Als sinds 1 januari 2026 maximaal € 0,23 per kilometer is vergoed, mag het verschil van € 0,02 per kilometer alsnog onbelast worden uitbetaald bij een volgende salarisbetaling.

Dat geldt ook als eerder minder dan € 0,23 per kilometer werd vergoed.

Meer dan € 0,23 vergoed én belast?

Is eerder al meer dan € 0,23 per kilometer vergoed en is het meerdere belast als loon? Dan mogen werkgevers:

het loon en de loonheffingen alsnog verlagen met € 0,02 per kilometer;
via een correctie van eerdere loonaangiften.
Eindheffing betaald?

Als over die extra € 0,02 al eindheffing is betaald, mag dat bedrag worden verrekend in een volgende aangifte loonheffingen.

Ook gevolgen voor andere regelingen

De verhoging werkt ook door in:

de salderingsregeling voor reiskosten;
en de cafetariaregeling.

Daarbij mag eveneens met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026 worden uitgegaan van € 0,25 per kilometer.

Bron: Belastingdienst

Minimumloners houden vanaf juli tientallen euro’s per maand extra over

Werkenden die het minimumloon verdienen, gaan er vanaf 1 juli 2026 netto enkele tientallen euro’s per maand op vooruit. Dat blijkt uit berekeningen van hr- en salarisdienstverlener Youforce.

De stijging komt door de verhoging van het wettelijk minimumuurloon naar € 14,99 voor werknemers van 21 jaar en ouder. Het minimumloon ligt nu nog op € 14,71 per uur.

Dit zijn de verschillen per werkweek

Volgens de berekeningen van Youforce stijgt het nettoloon als volgt:

38 uur per week
€ 31,12 per maand
Nieuw nettoloon: € 2300,68
Stijging: 1,37%
40 uur per week
€ 28,80 per maand
Nieuw nettoloon: € 2378,84
Stijging: 1,23%
36 uur per week
€ 28,59 per maand
Nieuw nettoloon: € 2214,35
Stijging: 1,31%
20 uur per week
€ 23,27 per maand
Nieuw nettoloon: € 1275,96
Stijging: 1,86%
Parttimers profiteren relatief meer

Volgens topman Stefan Op de Woerd verschilt het effect sterk per werknemer. Fulltimers krijgen er in euro’s vaak het meeste bij, maar parttimers profiteren relatief gezien juist vaker het sterkst.

Voor werknemers met een hoger salaris verandert er volgens de berekeningen weinig: hun netto maandsalaris blijft grotendeels gelijk.

Bron: ANP / Youforce

Nederlandse Loterij lijdt miljoenenverlies door hogere kansspelbelasting

Nederlandse Loterij heeft vorig jaar een verlies van € 8 miljoen geleden. Een jaar eerder maakte de kansspelorganisatie nog ruim € 31 miljoen winst. Volgens het bedrijf is vooral de hogere kansspelbelasting verantwoordelijk voor de verslechterde resultaten.

Nederlandse Loterij is bekend van onder meer:

de Staatsloterij,
Lotto,
en TOTO.
Minder inzet en lagere winst

In totaal werd vorig jaar voor € 5,1 miljard ingezet op spellen van Nederlandse Loterij. Dat is 15% minder dan een jaar eerder. De omzet kwam uit op € 681 miljoen.

Van dat bedrag ging ongeveer € 200 miljoen naar:

de Nederlandse staat;
sportkoepel NOC*NSF;
en diverse goede doelen.
Hogere belasting drukt resultaat

De kansspelbelasting werd in 2025 verhoogd van 30,5% naar 34,2%. Vooral onlinekansspelen werden daardoor volgens Nederlandse Loterij minder winstgevend.

Bij sommige spellen betaalt de organisatie zelf de belasting. Zo kost de hogere belasting bij de hoofdprijs van de Oudejaarstrekking van de Staatsloterij volgens het bedrijf ongeveer € 4 miljoen extra.

Meer beperkingen voor goksector

Naast de hogere belasting noemt Nederlandse Loterij ook andere maatregelen die het resultaat drukten:

strengere speellimieten voor online gokken;
het tabaksverbod;
en het verbod op sportsponsoring door onlinekansspelen.
Waarschuwing voor verdere belastingverhoging

Topman Arjan Blok waarschuwt dat verdere verhogingen van de kansspelbelasting problematisch worden. Volgens hem leidt dat juist tot:

minder bescherming van spelers;
lagere afdrachten aan sport en goede doelen;
én minder belastinginkomsten voor de overheid.

Ook de Kansspelautoriteit gaf eerder aan dat de hogere belasting mogelijk niet het gewenste effect heeft gehad.

Bron: ANP

Belastingdienst onderzoekt mogelijke nieuwe fraudezaak met Bulgaarse ingezetenen

De Belastingdienst onderzoekt een mogelijke nieuwe vorm van georganiseerde fraude waarbij vermoedelijk groepen Bulgaarse ingezetenen betrokken zijn. Volgens staatssecretaris Eelco Eerenberg van Financiën is mogelijk al € 6,7 miljoen uitgekeerd aan bankrekeningen die speciaal lijken te zijn geopend om geld van de fiscus te ontvangen.

Groot deel waarschijnlijk niet meer terug te halen

Van het totaalbedrag kan volgens het ministerie waarschijnlijk ongeveer twee derde niet meer worden teruggevorderd. De rest staat nog op bankrekeningen die inmiddels door banken zijn geblokkeerd.

De omvang van de fraude wordt nog verder onderzocht.

Verdachte belastingaangiften

Sinds eind vorig jaar ziet de Belastingdienst steeds meer aangiften met opvallende kenmerken, zoals:

zeer hoge aftrekposten;
onverwacht hoge belastingteruggaven;
en uitbetalingen naar nieuw geopende bankrekeningen.

Volgens de fiscus worden de ontvangen bedragen vaak direct opgenomen of doorgestuurd.

Signalen via DigiD

Ook Logius, de organisatie achter DigiD, sloeg alarm. Er was sprake van een sterke stijging van het aantal DigiD-aanvragen door Bulgaarse burgers.

Volgens Logius:

werden afspraken vaak geregeld door tussenpersonen;
kregen aanvragers hulp bij vervoer en begeleiding;
en zouden sommige mensen betaald zijn om een DigiD aan te vragen.

Uit onderzoek bleek bovendien dat met veel van deze DigiD’s werd ingelogd bij de Belastingdienst vanaf dezelfde apparaten en IP-adressen.

Overeenkomsten met eerdere ‘Bulgarenfraude’

De zaak roept herinneringen op aan de zogenoemde ‘Bulgarenfraude’, waarbij jaren geleden miljoenen euro’s aan zorg- en huurtoeslagen onterecht werden uitgekeerd.

Die affaire leidde destijds tot strengere fraudebestrijding door de Belastingdienst. Volgens latere onderzoeken droeg die harde aanpak uiteindelijk ook bij aan het ontstaan van het toeslagenschandaal.

Het huidige onderzoek loopt nog.

Bron: Ministerie van Financiën

Ombudsman: informatie voor toeslagenouders nog steeds onvoldoende

Reinier van Zutphen, de Nationale ombudsman, vindt dat de informatievoorziening aan gedupeerde ouders van het toeslagenschandaal nog altijd tekortschiet. Hij roept staatssecretaris Sandra Palmen opnieuw op om dit te verbeteren.

Te weinig aandacht voor ouders

Volgens de ombudsman kijken de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (UHT) en het ministerie nog te veel naar de afhandeling als een financiële kwestie. Er zou te weinig aandacht zijn voor de behoefte van ouders aan duidelijke en tijdige informatie.

Van Zutphen zegt nog steeds signalen te ontvangen dat ouders en hun advocaten:

belangrijke informatie te laat krijgen;
onvolledige dossiers ontvangen;
of soms helemaal geen informatie krijgen.

Volgens hem is goede informatie juist essentieel voor:

herstel van vertrouwen;
en een eerlijke rechtspositie van ouders.
Klacht over persoonlijk dossier

De oproep volgt op een rapport over een ouder die in 2021 een persoonlijk dossier had opgevraagd. Daarin staat welke gegevens de overheid over iemand heeft verzameld.

Volgens de ombudsman kreeg deze ouder het dossier ondanks meerdere toezeggingen nooit toegestuurd. Daarmee handelt de overheid volgens Van Zutphen onbetrouwbaar.

Hij noemt dat extra pijnlijk, omdat het juist gaat om ouders die al zwaar zijn geraakt door het handelen van de overheid.

Stoppen met dossiers verstrekken

Het kabinet besloot in maart 2025, op advies van de commissie-Van Dam, te stoppen met het verstrekken van persoonlijke dossiers. Volgens de ombudsman verandert dat niets aan eerdere beloften aan ouders.

Daarnaast noemt hij het een “slechte zaak” dat de UHT al in december 2024 stopte met het verstrekken van dossiers, terwijl het kabinet dat pas maanden later officieel bekendmaakte.

Ook communicatie schoot tekort

De UHT had volgens de ombudsman toegezegd alle aanvragers persoonlijk te informeren over de stopzetting. In de onderzochte zaak gebeurde dat niet.

Volgens Van Zutphen heeft de UHT jarenlang nauwelijks uit zichzelf contact opgenomen met de ouder over de aanvraag. Dat is volgens hem in strijd met de eisen van goede informatieverstrekking.

Bron: Nationale Ombudsman

Bedrijven investeren fors meer in batterijen dankzij fiscale regeling

Nederlandse bedrijven hebben vorig jaar veel meer gebruikgemaakt van de fiscale regeling voor energiebesparende investeringen. Dat meldt de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Vooral investeringen in batterijen voor energieopslag namen sterk toe.

Bijna € 4 miljard aan duurzame investeringen

In totaal werd vorig jaar voor bijna € 4 miljard geïnvesteerd in energiezuinige bedrijfsmiddelen. Dat is 23% meer dan een jaar eerder.

Een groot deel daarvan ging naar batterijopslag. De investeringen daarin stegen met maar liefst 70%. Ondernemers investeerden voor ongeveer € 1,1 miljard in batterijen via de regeling Energie-investeringsaftrek (EIA).

Fiscaal voordeel via EIA

Met de EIA-regeling mogen ondernemers 40% van de investeringskosten aftrekken van de fiscale winst. Daardoor wordt investeren in duurzame technieken financieel aantrekkelijker.

Vooral opslag van zonne-energie populair

Volgens de RVO kiezen bedrijven steeds vaker voor batterijen om zelf opgewekte energie op te slaan, bijvoorbeeld stroom van zonnepanelen op bedrijfsdaken.

Daarnaast wordt veel geïnvesteerd in grotere batterijsystemen die helpen om het elektriciteitsnet in balans te houden. Deze batterijen slaan energie op wanneer er veel aanbod en lage prijzen zijn, en leveren die later weer terug aan het net.

Bijdrage aan aanpak netcongestie

Met deze systemen dragen bedrijven ook bij aan het verminderen van netcongestie: de overbelasting van het stroomnet die op veel plekken in Nederland speelt.

Het volledige EIA-jaarverslag 2025 staat op de website van de RVO.

Bron: RVO

Werkgevers verhogen reiskostenvergoeding nog niet massaal naar € 0,25

Veel Nederlandse bedrijven lijken voorlopig nog niet van plan om de maximale onbelaste reiskostenvergoeding te verhogen naar € 0,25 per kilometer. Dat blijkt uit een rondgang van het ANP langs ongeveer twintig grote werkgevers.

Het kabinet besloot onlangs om de maximale onbelaste vergoeding te verhogen van € 0,23 naar € 0,25 per kilometer, met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026. Toch wachten veel bedrijven nog af.

Grote werkgevers houden vergoeding gelijk

Onder meer:

ABN AMRO
Rabobank
ING
Nationale-Nederlanden
Nederlandse Spoorwegen
en NXP Semiconductors

geven aan de vergoeding voorlopig niet te verhogen.

Sommige werkgevers wijzen erop dat veel medewerkers:

met het openbaar vervoer reizen;
elektrisch rijden;
fietsen;
of deels thuiswerken.
Bedrijven wachten af

Andere organisaties zeggen nog te onderzoeken wat zij gaan doen of wachten verdere besluitvorming vanuit Den Haag af. Dat geldt onder meer voor:

Jumbo
KLM
VodafoneZiggo
PwC
KPMG
DPD
en Fastned.
Sommige bedrijven verhogen wel

Een aantal werkgevers volgt de verhoging al wel:

Royal Schiphol Group verhoogde de vergoeding vanaf 1 mei naar € 0,25;
Ebusco doet dit met terugwerkende kracht vanaf januari;
bouwbedrijf Heijmans voert niet alleen € 0,25 per kilometer in, maar geeft medewerkers ook een extra bonus van € 1000.
Cao-overleg speelt ook mee

Bij organisaties zoals:

Arriva
GVB
en Royal FloraHolland

loopt nog cao-overleg, waardoor nog geen beslissing is genomen.

Bron: ANP

Minder Nederlanders met BKR-schuld, maar niet alle schulden zijn zichtbaar

Het aantal Nederlanders met een geregistreerd krediet of een betalingsachterstand bij het Bureau Krediet Registratie (BKR) is opnieuw gedaald. Toch waarschuwt het BKR dat veel schulden nog altijd buiten beeld blijven.

Minder kredieten en betalingsachterstanden

Eind vorig jaar stonden:

7,1 miljoen Nederlanders geregistreerd met een krediet;
dat zijn er ongeveer 200.000 minder dan een jaar eerder.

Ook het aantal kredietcontracten daalde:

van 10,6 miljoen naar 10,2 miljoen.

Daarnaast telde het BKR:

434.000 mensen met een betalingsachterstand;
tegenover 449.000 een jaar eerder.
Vooral minder problemen met kredieten en hypotheken

De grootste daling is zichtbaar bij:

doorlopende kredieten;
en betalingsachterstanden op hypotheken.

Het aantal mensen met een hypotheekachterstand daalde van:

37.000 naar 32.000.

Ook het aantal mensen in schuldhulpverlening of met een saneringskrediet liep terug:

van 33.000 naar 23.000.
Grootste problemen in grote steden

De meeste betalingsachterstanden komen nog steeds voor in grote gemeenten, vooral in:

Rotterdam;
Den Haag;
en Schiedam.

Daar heeft nog altijd ongeveer 7% van de volwassenen een betalingsachterstand geregistreerd.

Niet alle schulden zichtbaar

Volgens het BKR geven de cijfers geen volledig beeld van de schuldenproblematiek. Zo ontbreken onder meer:

onderhandse leningen;
schulden bij ‘Buy Now, Pay Later’-diensten zoals Klarna;
en uitgestelde belastingschulden uit de coronaperiode.
Nieuwe regels voor achteraf betalen

Later dit jaar komen er strengere regels voor aanbieders van achterafbetaaldiensten en buitenlandse kredietverstrekkers. Zij moeten voortaan:

kredieten registreren bij het BKR;
én een kredietcheck uitvoeren volgens Nederlandse leennormen.

Volgens het BKR is uitbreiding van het registratiesysteem belangrijk om gemeenten, schuldhulpverleners en kredietverstrekkers een beter beeld te geven van financiële problemen.

Bron: BKR