Jan van Nassaustraat 21, 2596 BL Den Haag
Ma – Vr 8:30 – 17:30
post@driessenaccountancy.nl

Horecaprijzen blijven stijgen door hogere btw op logies

De prijzen in de horeca blijven ook in 2026 oplopen. Net als in 2025 wordt een gemiddelde prijsstijging van ongeveer 4 procent verwacht. Dat blijkt uit onderzoek van ING. De belangrijkste oorzaak is de geplande btw-verhoging op logies, die per 1 januari 2026 ingaat. Het btw-tarief voor overnachtingen stijgt dan van 9 naar 21 procent.

Volgens ING nemen de bestedingen van consumenten in de horeca wel toe, doordat de koopkracht verbetert. Toch blijft de groei beperkt. Consumenten moeten nog steeds wennen aan de hogere prijzen in hotels en restaurants. In de afgelopen jaren zijn de prijzen namelijk al fors gestegen: gemiddeld 6,3 procent in 2024, 8,4 procent in 2023 en 8,6 procent in 2022.

De btw-verhoging heeft vooral gevolgen voor de hotelsector. Hotels en vakantiehuisjes worden in 2026 naar verwachting zo’n 11 procent duurder dan in 2025. ING spreekt daarom van een onzeker jaar voor deze sector.

In 2025 stegen de horecaprijzen vooral door hogere huren, duurdere inkoop en stijgende personeelskosten. Voor 2026 verwacht ING dat deze kosten minder hard oplopen. Daardoor zijn de vooruitzichten voorzichtig positief. Door hogere lonen en een lagere inflatie houden consumenten meer te besteden, wat leidt tot extra uitgaven in de horeca.

Tegelijkertijd waarschuwen de economen van ING voor toenemende financiële problemen binnen de sector. Ongeveer 20 procent van de horecabedrijven kampt met problematische schulden. In andere sectoren ligt dit gemiddelde op 7 procent. Vooral restaurants, snackbars en cafés hebben het moeilijk. Vorig jaar ging het nog om 14 procent van de horecazaken, wat wijst op een verslechtering.

De financiële druk is deels het gevolg van schulden die zijn ontstaan tijdens de coronapandemie. Daarnaast zijn de kosten de afgelopen jaren sterk gestegen. Niet alle ondernemers kunnen deze hogere kosten volledig doorberekenen aan hun gasten. Daardoor komen de winstmarges onder druk te staan, met financiële problemen als gevolg.

Bron: ANP

Uitkeringsbedragen en kinderbijslag stijgen per 1 januari 2026

Vanaf 1 januari 2026 gaan de meeste uitkeringen omhoog. Dit komt doordat ze zijn gekoppeld aan het wettelijk minimumloon, dat stijgt van € 14,40 naar € 14,71 per uur. Hierdoor worden onder andere uitkeringen uit de Participatiewet, AOW, WIA, WW en Wajong aangepast.

Het gaat om de volgende regelingen:
– Participatiewet
– IOAW
– IOAZ
– AOW
– Anw
– Wajong
– WW
– WIA
– WAO
– Ziektewet
– IOW
– Toeslagenwet

De exacte bedragen zijn terug te vinden in het officiële persbericht over de uitkeringsbedragen 2026.

Kinderbijslag stijgt mee
Ook de kinderbijslag wordt per 1 januari 2026 verhoogd. De bedragen zijn als volgt:

Kind van 0 t/m 5 jaar: € 295,07

Kind van 6 t/m 11 jaar: € 358,30

Kind van 12 t/m 17 jaar: € 421,53

Bron: Rijksoverheid

Problemen bij verzending van bezwaarpost – Belastingdienst geeft advies

Begin december 2025 heeft de Belastingdienst een probleem geconstateerd waarbij correspondentie over ingediende bezwaarschriften niet altijd terechtkomt bij de indiener. Dit geldt voor zowel digitale als papieren bezwaren. Uit onderzoek zijn meerdere oorzaken naar voren gekomen:

Interne onjuistheden in het verwerkingsproces (inmiddels aangepast)

Ontbrekende informatie in brieven, zoals het beconnummer of KVK-nummer

Ontbrekende registratie van fiscaal dienstverleners in de systemen van de Belastingdienst

Advies Belastingdienst:
Om herhaling te voorkomen, geeft de Belastingdienst de volgende adviezen aan indieners en dienstverleners:

Vermeld het beconnummer in het briefsjabloon, bij voorkeur in de rechterkantlijn

Voeg het KVK-nummer toe aan de correspondentie

Controleer of de fiscaal dienstverlener geregistreerd is bij de Belastingdienst

Zo kan de post correct en tijdig worden verwerkt.

Bron: Belastingdienst

Belastingdruk op dividenduitkering kan in 2025 oplopen tot 42%

Een dividenduitkering uit de bv kan vanaf 2025 fors duurder uitpakken dan directeur-grootaandeelhouders (dga’s) verwachten. Fiscalist Peter Beets waarschuwt daarvoor in zijn column op TaxLive. Hij wijst op nieuwe regels waarbij dividend meetelt voor de afbouw van heffingskortingen. Hierdoor stijgt de werkelijke belastingdruk mogelijk tot boven de 42%, terwijl het ogenschijnlijke tarief in box 2 24,5% blijft.

Het probleem zit in de samenloop van inkomens uit box 1, 2 en 3: hoe hoger het totale inkomen, hoe sneller de algemene heffingskorting verdwijnt. Volgens Beets leidt dit tot “onvoorspelbaar hoge” belastingeffecten, zeker bij grotere uitkeringen.

In zijn column ‘Dividenduitkering in 2025? De belastingdruk kan oplopen tot 42 procent!’ rekent Beets dit effect gedetailleerd voor en geeft hij strategieën om de belastingdruk te beperken, bijvoorbeeld door slimme spreiding of verdeling.

Bron: TaxLive – column Peter Beets

Kinderopvang vanaf 2029 bijna gratis: nieuwe wet vervangt toeslag door directe subsidie

Vanaf 2029 wordt kinderopvang voor werkende ouders vrijwel gratis. Het kabinet heeft hiervoor het wetsvoorstel Wet financiering kinderopvang gepubliceerd voor internetconsultatie. Hiermee wordt de kinderopvangtoeslag afgeschaft en vervangen door een directe subsidie aan kindercentra en gastouderbureaus. Ouders hoeven hierdoor geen toeslag meer aan te vragen en krijgen ook geen terugvorderingen meer bij wijzigingen achteraf.

De hervorming is gericht op eenvoud, zekerheid en een betere aansluiting op de arbeidsmarkt. Doordat kinderopvang minder afhankelijk wordt van het inkomen, loont extra werken meer. Ook wordt de administratie bij ouders verminderd en komt de verantwoordelijkheid voor wijzigingen bij de opvanglocatie te liggen.

Vier hoofdpunten uit het wetsvoorstel:

Toeslag vervalt, inkomensonafhankelijke subsidie komt ervoor in de plaats.

Subsidie wordt rechtstreeks aan opvanglocatie betaald.

Vooraf controle op recht op subsidie, geen terugvorderingen achteraf bij ouders.

Kindercentra en gastouderbureaus geven wijzigingen door, niet de ouders.

Tot en met 28 november 2025 kan iedereen reageren via de internetconsultatie.

Bron: Rijksoverheid

Loonkosten per gewerkt uur stijgen met 6% in 2024, grootste toename bij zakelijke diensten

De loonkosten per gewerkt uur zijn in 2024 gestegen van € 42,50 naar € 45,00. Dit komt neer op een stijging van 6,0%, zo blijkt uit voorlopige cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Daarmee ligt de stijging iets lager dan die in 2023, toen het om 6,8% ging.

Wat zijn loonkosten per gewerkt uur?
Het gaat hierbij om de totale kosten die een werkgever maakt voor een werknemer, gedeeld door het aantal daadwerkelijk gewerkte uren. In de berekening zijn ook werkgeverslasten zoals vakantiegeld, premies, bonussen en andere arbeidsvoorwaarden meegenomen — niet alleen het brutoloon.

Sterkste stijging in zakelijke diensten en landbouw
In álle bedrijfstakken stegen de loonkosten. De sterkste toename vond plaats in de sector verhuur en overige zakelijke diensten (+9,9%), waar tegelijkertijd het aantal gewerkte uren fors afnam. Ook in de landbouw, bosbouw en visserij (+8,5%) en het openbaar bestuur (+7,2%) gingen de loonkosten relatief fors omhoog.

De laagste stijging vond plaats in de financiële dienstverlening, met een plus van 2,7%. Daar steeg het aantal gewerkte uren sterker dan de totale loonkosten, wat de toename afvlakte.

Oudere werknemers en hoger opgeleiden drukken loonkosten opwaarts
Een deel van de stijging komt door veranderingen in de samenstelling van het personeelsbestand. Werknemers met hogere lonen — zoals ouderen of hoger opgeleiden — nemen relatief toe, wat het zogeheten structuureffect vergroot. In 2024 droeg dit effect 0,4% bij aan de loonkostenstijging.

Bron: CBS

Belastingdienst geeft 7 tips voor snellere BTW-verwerking via softwarepakketten

De Belastingdienst ontvangt jaarlijks zo’n 9 miljoen BTW-aangiften, waarvan bijna de helft via commerciële softwarepakketten binnenkomt. Veel van deze aangiften worden automatisch verwerkt, maar soms leidt een foutieve of onvolledige aangifte tot vertraging. Om dit te voorkomen, geeft de Belastingdienst nu 7 praktische tips aan gebruikers van softwarepakketten.

De 7 BTW-tips van de Belastingdienst:

Dien slechts één keer in, en correct
Verstuur je aangifte bij voorkeur foutloos en slechts één keer per tijdvak en sub-nummer. Kleine correcties (tot € 1000) mogen in een volgende aangifte worden verwerkt, grotere via een suppletie.

Controleer het juiste tijdvak
Kijk goed of je aangifte doet over het tijdvak waarvoor je een uitnodiging hebt gekregen. Dit staat in Mijn Belastingdienst Zakelijk.

Geen aangifte bij deelname aan de KOR
Neem je deel aan de kleineondernemersregeling (KOR)? Dan hoef je na de ingangsdatum geen aangifte meer te doen — ook geen nihilaangifte.

Wacht met insturen tot het tijdvak is verstreken
Een te vroeg ingestuurde aangifte kan niet automatisch worden verwerkt. Verstuur je aangifte dus pas na afloop van het tijdvak.

Check of je nog aangifteplichtig bent
Heb je een beëindigingsbrief ontvangen? Dan is de aangifteplicht gestopt. Moet je toch nog een eindafrekening doen? Bel dan de BelastingTelefoon (0800 0543) om een papieren aangifte aan te vragen.

Controleer of alle rubrieken goed zijn opgeteld
Zorg dat de totalen in de aangifte kloppen. Let op: de rubriek voor de KOR (voorheen voorbelasting) is vervallen en moet niet meer worden gebruikt.

Check je fiscale eenheid voor de BTW
Kijk of je onderneming (nog) deel uitmaakt van een fiscale eenheid (fe). Raadpleeg hiervoor de ontvangen brief met de begin- of einddatum van de fe.

Door deze tips toe te passen kunnen ondernemers bijdragen aan een snellere en soepelere verwerking van hun BTW-aangifte.

Bron: Belastingdienst

SZW roept gemeenten op tot maximale terugvordering Tozo-leningen

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) doet een dringend beroep op gemeenten om zich actief in te zetten voor het innen van openstaande Tozo-vorderingen. Daarbij is het streven om grote verschillen tussen gemeenten in de aanpak en resultaten van deze terugvorderingen te voorkomen.

De Tozo-regeling bood tijdens de coronacrisis financiële steun aan zelfstandig ondernemers. Eind 2024 was ruim de helft (51,2%, oftewel € 149 miljoen) van de verstrekte leningen voor bedrijfskapitaal teruggevorderd. Op basis van gemeentelijke gegevens verwacht het ministerie dat uiteindelijk tussen de 65% en 70% van het totaalbedrag zal worden terugbetaald.

De verschillen in terugvorderingsresultaten tussen gemeenten zijn opvallend. Gemeenten die veel leningen verstrekt hebben, blijken procentueel minder terug te vorderen dan gemiddeld. Ook verschilt de inzet en aanpak bij het innen van de schulden per gemeente sterk.

Het ministerie benadrukt het belang van een eerlijke en gelijke behandeling van ondernemers. Ondernemers moeten hun verplichtingen nakomen zodra dat kan, om oneerlijke concurrentie te voorkomen. Gemeenten kunnen bij betalingsproblemen wel een regeling treffen, waarmee de schulden nog over een periode van minimaal vijf jaar kunnen worden afgelost.

Bron: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

EU verdeeld over voorstel hogere accijnzen op tabak, vapes en nicotinezakjes

Het voorstel van Eurocommissaris Wopke Hoekstra om de minimumaccijns op tabak te verhogen en uit te breiden naar vapes en nicotinezakjes, leidt tot verdeeldheid binnen de Europese Unie.

✅ Voorstanders

Nederland, samen met onder andere België, Denemarken en Ierland, is een duidelijke voorstander van het plan.
Volgens demissionair minister Heinen van Financiën is accijnsharmonisatie in de EU essentieel om:

illegale handel tegen te gaan,

belastingontwijking te voorkomen,

én om de gezondheidswinst te vergroten.

Nederland pleit ook nadrukkelijk voor belasting op nieuwe nicotineproducten zoals vapes en nicotinezakjes.

❌ Bezwaren van lidstaten

Een aantal lidstaten heeft kritiek op het voorstel:

Luxemburg:
Vindt het voorgestelde minimumtarief veel te hoog. Het land profiteert van tabakstoerisme door zijn lage accijnzen.

Zweden en Finland:
Hebben grote moeite met de plannen om ook snus (tabakszakjes) te belasten. Snus is vooral in Zweden zeer populair.

Malta:
Vindt dat accijnsheffing een nationale bevoegdheid is en dus niet door de EU moet worden bepaald.

Italië, Griekenland en Kroatië:
Zijn niet per se tegen, maar willen dat de invoering stapsgewijs gebeurt, om marktverstoring te voorkomen.

Vervolg

Het voorstel van de Europese Commissie zal de komende maanden verder worden uitgewerkt. Of er een compromis komt, zal afhangen van de bereidheid van lidstaten om nationale belangen ondergeschikt te maken aan een gezamenlijke EU-lijn.

Bron: ANP

Minimumuurloon stijgt naar € 14,71 per uur in 2026

Vanaf 1 januari 2026 bedraagt het bruto wettelijk minimumuurloon voor werknemers van 21 jaar en ouder € 14,71 per uur. Het bijbehorende maandloon komt dan uit op € 2294,40 bruto. Dat heeft het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bekendgemaakt.

Ook de minimumjeugdlonen zijn aangepast. Die zien er per uur als volgt uit:

21 jaar en ouder: € 14,71

20 jaar: € 11,77

19 jaar: € 8,83

18 jaar: € 7,36

17 jaar: € 5,81

16 jaar: € 5,07

15 jaar: € 4,41

Het minimumloon wordt elk halfjaar aangepast, op 1 januari en 1 juli, op basis van de ontwikkeling van de cao-lonen.

Bron: Rijksoverheid