Jan van Nassaustraat 21, 2596 BL Den Haag
Ma – Vr 8:30 – 17:30
post@driessenaccountancy.nl

Europese ministers pleiten voor nieuwe belasting op winsten energiebedrijven

Vijf Europese ministers van Financiën willen dat de Europese Commissie opnieuw een belasting invoert op overwinsten van energiebedrijven. Aanleiding zijn de sterk gestegen energieprijzen door de oorlog in Iran. De ministers van Duitsland, Italië, Spanje, Portugal en Oostenrijk deden deze oproep in een brief aan eurocommissaris Wopke Hoekstra.

‘Bedrijven moeten bijdrage leveren’

Volgens de ministers is een dergelijke belasting nodig om de lasten voor huishoudens te verlichten. Bedrijven die profiteren van de hoge prijzen zouden volgens hen ook moeten bijdragen. De maatregel moet bovendien laten zien dat Europa eensgezind en daadkrachtig optreedt.

Er zijn nog geen concrete voorstellen gedaan over:

de hoogte van de belasting;
of welke bedrijven precies onder de regeling vallen.
Terugkeer van eerdere crisismaatregelen

De ministers verwijzen naar een vergelijkbare maatregel uit 2022, toen de EU een belasting invoerde op overwinsten vanwege de energiecrisis na de oorlog in Oekraïne. Volgens hen zou een nieuw EU-breed instrument snel moeten worden ontwikkeld.

Ook eurocommissaris Dan Jørgensen heeft aangegeven dat de EU opnieuw kijkt naar crisismaatregelen, zoals:

een belasting op overwinsten;
en het beperken van belastingen op elektriciteit.
Kritiek vanuit sector

Niet iedereen is het eens met het plan. Een Duitse brancheorganisatie voor raffinaderijen en tankstations stelt dat energiebedrijven niet onterecht profiteren en dat een extra belasting niet gerechtvaardigd is. Volgens de sector ligt de focus juist op het zekerstellen van de energievoorziening.

Energieprijzen flink gestegen

Sinds het begin van de Iranoorlog zijn de energieprijzen sterk opgelopen:

gasprijzen in Europa stegen met meer dan 70%;
ook olieprijzen namen fors toe.

Hoewel Europa inmiddels meer gebruikmaakt van duurzame energie, blijven de prijsstijgingen voelbaar voor huishoudens en bedrijven.

Bron: ANP

Pakketjes van buiten de EU worden vanaf 1 juli fors duurder

Wie vanaf 1 juli een pakketje bestelt van buiten de EU, gaat daar € 3 extra invoerheffing over betalen. Vanaf november komt daar ook nog een Europese heffing van € 2 bovenop. Daarmee wordt een pakketje uiteindelijk € 5 duurder dan nu. Dat schrijft staatssecretaris Eelco Eerenberg van Financiën in een Kamerbrief.

Vrijstelling voor goedkope pakketjes verdwijnt

Op dit moment geldt nog een uitzondering voor pakketjes met een waarde van minder dan € 150. Die vrijstelling verdwijnt. Daardoor worden ook goedkope bestellingen uit bijvoorbeeld China of andere landen buiten de EU extra belast.

Kosten hangen af van de factuur

De nieuwe heffing wordt niet per pakket berekend, maar per productregel op de factuur. Dat betekent:

een pakket met drie verschillende producten kan duurder uitvallen;
een pakket met drie identieke producten blijft relatief goedkoper;
voor bulkzendingen geldt een lager tarief van € 0,50 per productregel.
Waarom komt deze heffing er?

De overheid wil met deze zogeheten handling fee:

de enorme stroom goedkope pakketjes uit vooral Azië afremmen;
én de kosten van douanecontroles dekken.

De opbrengst van de Europese heffing gaat naar de douane. De inkomsten uit de Nederlandse heffing vloeien naar de staatskas.

Honderden miljoenen extra inkomsten

Volgens Eerenberg leveren de maatregelen Nederland flink wat op:

de Europese heffing moet in 2026 en 2027 bijna € 600 miljoen opleveren;
de nationale invoerheffing levert naar verwachting jaarlijks ruim € 180 miljoen op.

Daar staat tegenover dat de overheid ook € 100 miljoen per jaar wil uittrekken voor extra toezicht op de onlinehandel.

Niet alleen Nederland

Nederland is niet het enige land dat deze stap zet. Ook Frankrijk, België en Luxemburg voeren vergelijkbare heffingen in. Daarmee willen landen voorkomen dat pakketjes via een buurland worden ingevoerd om kosten te ontwijken.

Het vaste Nederlandse tarief van € 3 geldt voorlopig tot 1 juli 2028.

Bron: Ministerie van Financiën

Papieren schenking op lijst van opvallende belastingconstructies

De zogenoemde papieren schenking is door ambtenaren van de Belastingdienst en het ministerie van Financiën op de lijst gezet van ‘opmerkelijke constructies’. Dat meldt het Financieele Dagblad. De regeling ligt al langer onder een vergrootglas, omdat zij vaak wordt gebruikt om erfbelasting te besparen.

Wat is een papieren schenking?

Bij een papieren schenking wordt geen geld direct overgemaakt. In plaats daarvan verklaart de schenker — vaak een ouder — dat hij of zij een bedrag schuldig is aan de begiftigde, bijvoorbeeld een kind. Die schuld wordt meestal vastgelegd in een notariële akte en is vaak pas opeisbaar bij overlijden.

Er ontstaat dus geen directe overboeking, maar een schuld-vorderingverhouding.

Waarom is dit fiscaal aantrekkelijk?

De papieren schenking kan fiscaal gunstig zijn om meerdere redenen:

De schuld mag later in mindering worden gebracht op de nalatenschap, waardoor minder erfbelasting verschuldigd is.
De schenker moet jaarlijks 6% rente betalen over de schuld.
Die rentebetalingen zijn in de praktijk een manier om belastingvrij vermogen over te dragen.
Daarnaast kunnen jaarlijks ook de gebruikelijke schenkingsvrijstellingen worden benut.

Daardoor kan deze constructie in sommige gevallen leiden tot een aanzienlijke belastingbesparing.

Financiën ziet regeling als onwenselijk

De papieren schenking werd vorig jaar al door toenmalig staatssecretaris Eugene Heijnen als ‘onwenselijk’ bestempeld. Volgens hem is het lastig om onderscheid te maken tussen normale vermogensplanning en constructies die vooral zijn gericht op het uithollen van de erf- en schenkbelasting.

Mogelijke aanpassingen

In de Voorjaarsnota worden volgens het FD twee mogelijke ingrepen genoemd:

De verplichte rente verlagen van 6% naar 3%
Daarmee zou minder belastingvrij vermogen worden overgedragen. Tegelijk kan dit de regeling juist aantrekkelijker maken, omdat de jaarlijkse lasten lager worden.
De schenking later alsnog belasten als fictieve verkrijging
Bijvoorbeeld bij het overlijden van de schenker.

Of en hoe het kabinet deze constructie daadwerkelijk gaat aanpassen, is nog niet duidelijk.

Bron: Financieele Dagblad

Vereniging Eigen Huis wil gratis hypotheekcheck voor aflossingsvrije lening

Vereniging Eigen Huis (VEH) pleit voor een bankvoucher waarmee huiseigenaren kosteloos een onafhankelijke hypotheekadviseur kunnen inschakelen. Met zo’n zogeheten ‘aflossingsvrij-check’ moeten woningeigenaren beter inzicht krijgen in de gevolgen van het steeds strengere beleid van banken rond aflossingsvrije hypotheken.

Meer onzekerheid door strengere regels

Volgens VEH passen banken hun beleid rond aflossingsvrije hypotheken steeds vaker en vaak zonder duidelijke uitleg aan. Dat zorgt voor onzekerheid, ook bij mensen die hun hypotheek al jarenlang zonder problemen betalen.

Onder druk van Europese toezichthouders proberen banken het aandeel aflossingsvrije hypotheken terug te dringen. Daardoor wordt het aflossingsvrije deel bij bijvoorbeeld:

een nieuwe hypotheek,
verhuizen,
oversluiten,
of verlenging,

steeds vaker beperkt.

Verschillen per bank

Die beperkingen verschillen bovendien per bank en worden volgens VEH vaak standaard toegepast, zonder goed te kijken naar de persoonlijke situatie van de klant.

VEH wil meer maatwerk

Naast een gratis adviescheck wil VEH dat banken:

duidelijker communiceren over hun beleid;
meer kijken naar de feitelijke maandlasten in plaats van alleen theoretische rekensommen;
en meer ruimte bieden voor maatwerk.

Dat is volgens de vereniging vooral belangrijk bij ingrijpende gebeurtenissen zoals:

scheiding,
werkloosheid,
of doorstroming van senioren.

Volgens VEH blijven betaalbare en verantwoorde oplossingen alleen bereikbaar als banken meer maatwerk en duidelijkheid bieden.

Bron: Vereniging Eigen Huis

Oversluiten met langere looptijd kost huiseigenaar hypotheekrenteaftrek

Een fout in de opzet van een hypotheek kan grote fiscale gevolgen hebben. Dat blijkt uit een uitspraak van Rechtbank Noord-Nederland. Een huiseigenaar verloor zijn hypotheekrenteaftrek nadat hij zijn lening had overgesloten en daarbij opnieuw een looptijd van 30 jaar had afgesproken. Volgens de rechtbank kan zo’n fout niet met terugwerkende kracht worden hersteld.

Wat ging er mis?

De man had al een bestaande eigenwoningschuld waarvoor de fiscale aflossingseis geldt. Dat betekent dat de lening in maximaal 360 maanden volledig moet worden afgelost, gerekend vanaf het moment waarop de lening oorspronkelijk is ontstaan.

Toen hij de lening in 2021 oversloot, sprak hij met de geldverstrekker opnieuw een looptijd van 30 jaar af. Daardoor werd de aflossing fiscaal gezien te langzaam. De lening voldeed daardoor niet meer aan de voorwaarden voor een eigenwoningschuld.

Gevolg: lening naar box 3

Omdat de lening niet meer voldeed aan de fiscale eisen, viel deze vanaf dat moment in box 3. Dat betekent: geen recht meer op hypotheekrenteaftrek.

De inspecteur weigerde daarom de renteaftrek in de aangifte inkomstenbelasting. De rechtbank geeft de Belastingdienst daarin gelijk.

Herstel pas vanaf 2024

In 2024 werd de lening aangepast zodat deze weer wel aan de aflossingseis voldeed. Maar volgens de rechtbank werkt dat herstel niet terug in de tijd. De renteaftrek kan dus pas weer gelden vanaf het moment van herstel, en niet over de eerdere jaren.

Belangrijk voor de praktijk

De uitspraak laat zien dat fouten bij het oversluiten of opnieuw inrichten van een hypotheek grote gevolgen kunnen hebben. Vooral bij situaties met een ingewikkeld eigenwoningverleden — zoals verhuizingen, verbouwingen of een scheiding — is extra voorzichtigheid nodig.

De belangrijkste les:
een onjuiste financieringsopzet kun je fiscaal niet zomaar achteraf repareren.

Dat kan niet alleen leiden tot gemiste renteaftrek, maar mogelijk ook tot aansprakelijkheidskwesties als vooraf een fiscaal voordeel is voorgespiegeld dat later toch niet blijkt te bestaan.

Uitspraak: Rechtbank Noord-Nederland, 8 januari 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:30
Bron: Legal & Tax Nationale-Nederlanden

Belastingdienst maakt digitale contactkaart openbaar

De Belastingdienst heeft een digitale contactkaart ontwikkeld om gebruikers sneller naar de juiste afdeling of dienst te leiden. De kaart was eerst alleen beschikbaar via het besloten Forum Fiscaal Dienstverleners, maar is nu openbaar toegankelijk gemaakt.

Sneller naar het juiste loket

De contactkaart is vooral bedoeld om belastingadviseurs en andere gebruikers makkelijker wegwijs te maken binnen de vele contactmogelijkheden van de Belastingdienst. Zo helpt de kaart bij het kiezen van het juiste communicatiekanaal voor onderwerpen zoals:

Serviceberichten Aanslag
FD-team
Vooroverleg
Bijeenkomsten

Via de kaart kunnen gebruikers direct doorklikken naar de juiste informatie en contactmogelijkheden op de website van het forum.

Praktisch hulpmiddel

Met de publicatie wil de Belastingdienst de bereikbaarheid en vindbaarheid van haar diensten verbeteren. De contactkaart kan daarmee helpen om sneller bij het juiste loket uit te komen en onnodige omwegen te voorkomen.

Bron: Belastingdienst

Hof: bv moet € 45 miljoen dividendbelasting alsnog betalen, boete van € 22 miljoen blijft staan

Het Hof Arnhem-Leeuwarden heeft de Belastingdienst in hoger beroep in het gelijk gesteld in een grote dividendbelastingzaak. Een besloten vennootschap moet alsnog bijna € 45 miljoen aan dividendbelasting afdragen. Ook de eerder opgelegde vergrijpboete van ruim € 22 miljoen blijft in stand.

Kunstmatige internationale structuur

De zaak draait om een internationale fiscale constructie waarbij geld werd rondgepompt tussen meerdere vennootschappen. Volgens het hof was het doel daarvan om in het Verenigd Koninkrijk verhandelbare belastingkortingen (tax credits) te creëren, zonder dat ergens per saldo dividendbelasting werd betaald.

In dat kader ontving de bv in totaal € 300 miljoen aan dividenduitkeringen van een Luxemburgse vennootschap. Vervolgens keerde zij deze bedragen — na aftrek van kosten — door aan een Britse vennootschap, waarbij ongeveer € 45 miljoen dividendbelasting werd ingehouden.

Wel ingehouden, maar niet afgedragen

De bv droeg die dividendbelasting echter niet af aan de Belastingdienst. Zij stelde dat zij als fiscale beleggingsinstelling (fbi) recht had op een afdrachtvermindering op grond van artikel 11a Wet op de dividendbelasting 1965.

Na onderzoek concludeerde de Belastingdienst dat de bv daar geen recht op had en werd de niet-afgedragen belasting nageheven. Ook volgde een forse boete.

Rechtbank eerst nog mee met bv

De Rechtbank Gelderland gaf de bv eerder nog gelijk. Die verwees naar een eerdere uitspraak in de vennootschapsbelasting, waarin was geoordeeld dat de bv geen economisch belang had bij de dividenden. Volgens de rechtbank was de bv daarom ook niet inhoudingsplichtig voor de dividendbelasting.

Hof ziet dat anders

Het hof komt nu tot een andere conclusie. Omdat vaststaat dat de bv daadwerkelijk dividendbelasting heeft ingehouden, moet zij die belasting volgens artikel 7 lid 4 Wet DB ook afdragen. Dat de bv voor de vennootschapsbelasting geen economisch belang zou hebben gehad, maakt daarvoor volgens het hof geen verschil.

Ook boete blijft overeind

Het hof oordeelt daarnaast dat de bestuurders van de bv wisten of hadden moeten weten dat geen recht bestond op de geclaimde afdrachtvermindering. Volgens het hof is het dus aan opzet van de bv te wijten dat de belasting niet is betaald.

Daarom blijft ook de vergrijpboete van ruim € 22 miljoen in stand.

Uitspraak: ECLI:NL:GHARL:2026:1691
Bron: Hof Arnhem-Leeuwarden

Hoge brandstofprijzen zorgen voor ander rijgedrag en meer thuiswerken

Door de sterk gestegen brandstofprijzen passen zowel werkgevers als werknemers hun gedrag aan. Werkgevers vragen leaserijders steeds vaker om te tanken bij goedkopere tankstations, bijvoorbeeld buiten de snelweg. Dat bevestigt leasemaatschappij Ayvens.

Volgens Ayvens kan het prijsverschil oplopen tot tientallen centen per liter. Vooral onbemande tankstations zijn goedkoper dan pompstations langs de snelweg. Bij plug-inhybrides wordt bovendien vaker gestuurd op meer elektrisch rijden in plaats van tanken.

Brandstofprijzen op recordniveau

De prijzen aan de pomp zijn flink gestegen door de onrust in het Midden-Oosten. De gemiddelde adviesprijs voor een liter Euro 95 ligt inmiddels rond de € 2,57. Bij goedkopere tankstations kan dat ongeveer 33 cent lager zijn.

Binnen de EU behoort Nederland tot de duurste landen, vooral door de hoge accijnzen. In landen als België ligt de prijs per liter zo’n 40 cent lager.

Werknemers passen gedrag aan

Niet alleen werkgevers, ook werknemers nemen maatregelen. Uit onderzoek blijkt dat:

20% van de werkenden het woon-werkverkeer heeft aangepast;
9% vaker thuiswerkt om kosten te besparen;
10% kiest voor alternatieven, zoals openbaar vervoer, fietsen of carpoolen.
Weinig steun vanuit werkgevers

Opvallend is dat werkgevers nog nauwelijks extra maatregelen nemen. Slechts 2% van de werknemers geeft aan dat hun werkgever bijvoorbeeld de reiskostenvergoeding heeft verhoogd of extra thuiswerken stimuleert.

Kabinet wacht nog af

Het kabinet grijpt voorlopig niet in. Volgens premier Rob Jetten is het nog te vroeg om maatregelen te nemen. Eerst moet duidelijk worden of de hoge brandstofprijzen tijdelijk of structureel zijn.

Bron: ANP

FIOD houdt administratiekantoorhouder aan wegens vermoedelijke belastingfraude

De FIOD heeft op 19 maart een man uit Heerhugowaard aangehouden op verdenking van fiscale en financiële fraude. De man heeft een eigen administratiekantoor, maar zou volgens de opsporingsdienst zelf jarenlang geen of onvolledige belastingaangiften hebben ingediend.

Daarnaast zou hij hebben nagelaten om gevraagde administratie en auditfiles van zijn kantoor aan de Belastingdienst te overhandigen. Ook zijn er aanwijzingen dat hij werkzaamheden voor klanten heeft verricht waarvan de inkomsten niet volledig in de administratie zijn verwerkt. Mogelijk is een deel daarvan contant betaald.

Doorzoekingen en beslag

Bij doorzoekingen van zijn woning in Heerhugowaard en een bedrijfspand in Almere heeft de FIOD onder meer beslag gelegd op:

papieren administratie;
digitale gegevensdragers;
en een auto.
Extra zwaar aangerekend

De FIOD noemt de zaak extra ernstig, omdat van iemand met een administratiekantoor juist mag worden verwacht dat hij zich aan de fiscale regels houdt. Volgens de opsporingsdienst heeft zo iemand bovendien een duidelijke voorbeeldfunctie.

Het strafrechtelijk onderzoek staat onder leiding van het Functioneel Parket en loopt nog.

Bron: FIOD

Vervroegde aflossing overbedelingsschuld kan leiden tot schenking

De aflossing van een overbedelingsschuld leidt in principe niet tot een schenking. Toch kan dat anders zijn als iemand een schuld vrijwillig en eerder dan nodig aflost voor een bedrag dat hoger is dan de contante waarde van die schuld op dat moment. Daar wijst de Belastingdienst op in een bericht op het Forum Fiscaal Dienstverleners.

Wanneer ontstaat mogelijk een schenking?

Dit speelt vooral bij familiezaken, bijvoorbeeld na een erfenis of verdeling van vermogen. Als een ouder of kind een overbedelingsschuld eerder aflost dan afgesproken, moet worden gekeken naar de werkelijke waarde van die schuld op dat moment.

De Belastingdienst zegt: betaal je meer dan die contante waarde, dan kan het meerdere worden gezien als een gift. En dat kan gevolgen hebben voor de schenkbelasting.

Hoe wordt de contante waarde berekend?

Omdat er geen echte markt bestaat voor overbedelingsschulden, accepteert de Belastingdienst een berekening op basis van de marktrente uit artikel 38p Wet LB 1964.

Voorbeeld:

Ouder is 71 jaar
Renteloze overbedelingsschuld: € 100.000
Marktrente: 3%
Resterende levensverwachting: 15 jaar

Dan is de contante waarde:

€ 100.000 / (1,03)^15 = € 64.186

Wordt de schuld eerder afgelost voor méér dan € 64.186, dan kan sprake zijn van een schenking.

Hoe bepaalt de Belastingdienst de schenking?

Voor de schenkbelasting kijkt de Belastingdienst vervolgens naar de regels uit de Successiewet. Bij schulden met minder dan 6% samengestelde rente wordt ervan uitgegaan dat de ouder nog een vruchtgebruik heeft op de schuld.

Bij vervroegde aflossing geeft de ouder dat recht feitelijk prijs. Dat verschil kan belast zijn als schenking.

Uitwerking van het voorbeeld

Bij een ouder van 71 jaar geldt volgens de tabellen:

Vruchtgebruik: 42%
Waarde vruchtgebruik op € 100.000: € 42.000
Blote eigendom: € 58.000

Wordt de schuld van € 100.000 vervroegd afgelost voor € 90.000, dan is de schenking:

€ 90.000 – € 58.000 = € 32.000

Praktisch aandachtspunt

Bij vervroegde aflossing van een overbedelingsschuld is het dus verstandig om niet alleen naar het aflossingsbedrag te kijken, maar ook naar de fiscale waarde van de schuld. Anders kan onverwacht schenkbelasting in beeld komen.

Bron: Belastingdienst