Jan van Nassaustraat 21, 2596 BL Den Haag
Ma – Vr 8:30 – 17:30
post@driessenaccountancy.nl

Ruim 130.000 aanmeldingen voor de nieuwe KOR

Vanaf 1 januari 2020 is de nieuwe kleineondernemersregeling (KOR) van kracht. Ruim 130.000 ondernemers hebben zich inmiddels voor deze nieuwe regeling aangemeld. Ondernemers, organisaties en verenigingen met een jaaromzet tot € 20.000 die nog geen keuze maakten, kunnen zich nog steeds aanmelden.

Op 1 januari is de nieuwe KOR ingegaan. De oude KOR en korting op de btw is daarmee vervallen. Anders dan bij de oude KOR moeten ondernemers bij de nieuwe KOR vooraf kiezen of ze gebruik willen maken van de regeling. Zodra ze zich met het aanmeldformulier hebben aangemeld en voldoen aan de voorwaarden, gaat de nieuwe KOR in vanaf het volgende btw-aangiftetijdvak. De aanmelding geldt voor tenminste drie jaar, tenzij de omzet boven de € 20.000,- per jaar komt.

Ondernemers die kiezen voor de KOR en voldoen aan de voorwaarden berekenen geen btw aan klanten, trekken geen btw af op investeringen en zijn niet meer verplicht om facturen voor de btw te versturen. Ook doen zij geen btw-aangifte.

Om van de KOR gebruik te kunnen maken moet een ondernemer zich vier weken voor het eerstvolgende btw-aangiftetijdvak aanmelden. Van de 130.000 ondernemers die zich vorig jaar hebben aangemeld voor de KOR zijn 108.000 direct vanaf 1 januari vrijgesteld van de btw en de btw-aangifte. Zij hebben zich hier vorig jaar tijdig voor aangemeld. De overige 22.000 ondernemers maken gebruik van de KOR vanaf 1 april – de eerstvolgende btw-aangifteperiode. Ondernemers die die zich nog niet hebben aangemeld, maar per 1 april gebruik willen maken van de KOR dienen zich uiterlijk 29 februari bij de Belastingdienst aan te melden.

Bron: Belastingdienst 10-01-2020

Vergoeding voor partner moet hoog genoeg zijn voor aftrek

Het is niet mogelijk om een arbeidsvergoeding van minder dan € 5.000 voor de meewerkende partner af te trekken door te stellen dat het gaat om vrijwilligerswerk.

Een man drijft via zijn eenmanszaak een onderneming. Deze onderneming (her)redigeert manuscripten. Deze activiteiten moeten leiden tot publicaties in boekvorm. De echtgenote van de man verricht gedurende enkele uren per week of per maand werkzaamheden voor zijn eenmanszaak. Deze werkzaamheden bestaan onder meer uit het invoeren van teksten en tabellen. Indien nodig redigeert de vrouw de teksten. De man betaalt zijn echtgenoot jaarlijks een bedrag van € 1.500 voor haar werkzaamheden. Hij wil dit bedrag aftrekken van zijn ondernemingswinst. De Belastingdienst weigert deze aftrek echter, omdat de partnervergoeding minder bedraagt dan de drempel van € 5.000.
De ondernemer begint een beroepsprocedure. Voor het hof stelt hij dat de aftrekbeperking alleen geldt als de partner de werkzaamheden verricht om daarmee financieel voordeel te behalen. In zijn geval heeft zijn echtgenote vrijwilligerswerk verricht voor de onderneming, aldus de man. De vergoeding die de vrouw heeft ontvangen komt ook overeen met de maximale onbelaste vrijwilligersvergoeding in de desbetreffende jaren. Hof Den Haag ziet echter in de wet niets wat het standpunt van de ondernemer ondersteunt. Het hof oordeelt daarom dat de man de vergoeding die hij heeft betaald aan zijn echtgenote niet mag aftrekken.

Bron: Hof Den Haag 18-12-2019 (gepubl. 07-01-2020)

Kostenaftrek na mislukte procedure om alimentatie

Een ex-partner die kosten maakt om partneralimentatie te krijgen, kan deze kosten in aftrek brengen in de aangifte. Dat geldt zelfs als de rechter uiteindelijk de vordering afwijst. Wel moet bij het instellen van de procedure redelijkerwijs te verwachten zijn dat de rechter het recht op partneralimentatie zal toewijzen.

Een man voert een aantal procedures tegen zijn ex-echtgenote. Daarbij bepaalt de rechter uiteindelijk dat de man en zijn ex-echtgenote over en weer partneralimentatie zijn verschuldigd. De man heeft echter minder alimentatie verkregen dan waar zijn advocaat om had gevraagd. De kosten voor de advocaat wil de man in aftrek brengen in zijn aangifte inkomstenbelasting. De inspecteur gaat hier niet mee akkoord. Hij vindt dat de kosten van een mislukte poging tot verkrijging van partneralimentatie niet aftrekbaar zijn. Rechtbank Zeeland-West-Brabant vindt dat de kosten voor een mislukte procedure aftrekbaar zijn. Wel moet bij het instellen van de procedure voor de man redelijkerwijs te verwachten zijn dat hij succesvol zal zijn in de procedure. De rechter is van oordeel dat de man met de overgelegde draagkrachtberekening heeft aangetoond een goede kans te maken bij de civiele rechter meer partneralimentatie te krijgen.
De ex-echtgenote heeft tegen de man een vordering ingesteld om (meer) partneralimentatie van de man te krijgen. De advocaatkosten om die vordering te bestrijden zijn niet aftrekbaar. De rechtbank bepaalt in goede justitie dat de helft van de gemaakte advocaatkosten door de man zien op het verkrijgen van partneralimentatie en dat deze kosten aftrekbaar zijn.

Bron: Rb. Zeeland-West-Brabant 12-12-2019 (gepubl. 30-12-2019)

Draag btw af bij automatische incasso

Een ondernemer die een vooruitbetaling per automatische incasso ontvangt, moet verplicht btw af te dragen op het moment dat die vooruitbetaling is ontvangen.

Een bv exploiteert een fitnesscentrum. Zij ontvangt in december 2010 abonnementsgelden voor het jaar 2011. Deze bv vindt dat hier geen sprake is van een vooruitbetaling, omdat de abonnementsgelden via automatische incasso van de rekening van de abonnementhouders zijn geïncasseerd. Daarnaast zijn de abonnementen op ieder moment op te zeggen. In dat geval is het betaalde abonnementsgeld terug te vorderen. Volgens de bv hoeft de afdracht van de btw over de abonnementsgelden vanwege deze omstandigheden pas plaats te vinden in 2011. Maar Hof Arnhem-Leeuwarden ziet geen reden om de btw-afdracht uit te stellen. Volgens de BTW Richtlijn is de btw in het geval van vooruitbetalingen verschuldigd op moment van ontvangst van het bedrag. Ook de wet stelt dat de btw uiterlijk is verschuldigd op het moment waarop de btw-ondernemer de vergoeding voor zijn prestatie ontvangt. Of de afnemer van de prestatie toestemming geeft voor automatische incasso of het bedrag zelf overmaakt, is irrelevant. De opzegbaarheid van het abonnement is in dit verband evenmin van belang. De bv had de btw over de vooruitbetalingen al in 2010 moeten afdragen. Daarom mag de Belastingdienst naheffen.

Bron: Hof Arnhem-Leeuwarden 24-12-2019 (gepubl. 03-01-2020)

Bijdrage-inkomen Zvw niet lager bij stakingswinstlijfrente

Het opbouwen van een oudedagsvoorziening door een stakingswinstlijfrente verschilt in een aantal opzichten van het opbouwen van een pensioen of de toevoeging aan een oudedagsreserve. Volgens Rechtbank Noord-Nederland is geen sprake van gelijke gevallen.

In 2016 staakt een ondernemer zijn onderneming. Bij de staking bedingt de ondernemer een lijfrente en stort in 2018 een koopsom van € 60.000 voor de stakingswinstlijfrente. De ondernemer is het niet eens met de aanslag bijdrage-inkomen Zvw over de volledige stakingswinst. In beroep bij de rechtbank stelt hij dat sprake is van schending van het gelijkheidsbeginsel. Voor de ondernemer die zijn oudedagsreserve omzet in een lijfrente past de Belastingdienst wel een vermindering toe op het bijdrage-inkomen Zvw. Dat zou ook moeten gelden bij omzetting van een stakingswinst in een lijfrente volgens de ondernemer.
De rechtbank is van oordeel er geen verband is tussen de opbouw van de oudedagsvoorziening, het inkomen en de arbeidsduur bij storting van een koopsom voor een stakingswinstlijfrente. Dat verband is er wel bij de opbouw van de oudedagsvoorziening bij een werknemer (pensioen) of ondernemer (pensioen of dotatie oudedagsreserve). Daarnaast is een verschil dat storting van een koopsom voor de stakingswinstlijfrente eenmalig is en buiten de bron ‘winst uit onderneming’ of ‘loon uit dienstbetrekking’ plaatsvindt. De betaling van pensioenpremies of dotaties aan de oudedagsreserve zijn fiscaal gefaciliteerd en vinden jaarlijks plaats binnen de genoemde bronnen. Door de hiervoor genoemde verschillen is het onderscheid dat de wetgever heeft gemaakt terecht. De rechtbank oordeelt dat de Belastingdienst de stakingswinst tot het bijdrage-inkomen Zvw heeft mogen rekenen en daarbij geen rekening hoefde te houden met de koopsom voor de stakingswinstlijfrente.

Bron: Rb. Noord-Nederland 20-12-2019

Auto ter beschikking gesteld: houd het gebruik bij

Mogen werknemers een auto van de zaak mee naar huis nemen, houd dan als werkgever goed bij welke werknemer over welke auto beschikt. Dit is van belang om te kunnen bewijzen dat er geen sprake is van privégebruik.

Een aannemingsbedrijf dat was gespecialiseerd in het aanleggen van kabel- en leidingsystemen was kentekenhouder van een aantal bestelauto’s. Het bedrijf had alle btw op de aanschafprijs en kosten van deze auto’s afgetrokken. Het aannemingsbedrijf stelde de bestelauto’s ter beschikking aan zijn werknemers. De werkgever hield echter niet bij welke auto hij ter beschikking stelde aan welke werknemer. Het bedrijf paste de bijtelling niet toe en corrigeerde evenmin de omzetbelasting voor enig privégebruik. De Belastingdienst meent dat dit wel had moeten plaatsvinden. Daarom legt de inspecteur het aannemingsbedrijf naheffingsaanslagen loonheffingen en omzetbelasting op.

De inspecteur heeft aannemelijk gemaakt dat de werknemers na de werkdagen de auto van de zaak mee naar huis konden nemen. Onder deze omstandigheden is privégebruik mogelijk. De werkgever stelt dat de bestelauto’s worden gebruikt voor werkzaamheden met vervuilde grond. Dit is volgens Rechtbank Den Haag nog geen bewijs dat de auto’s uitsluitend zijn te gebruiken voor goederenvervoer. Nu de werkgever evenmin het werkelijk gebruik heeft bijgehouden, moet zowel de bijtelling als een forfaitaire btw-correctie plaatsvinden.

Bron: Rb. Den Haag 30-09-2019 (publ. 17-12-2019)

Waar woont een ambulante handelaar?

De Belastingdienst beoordeelt voor fiscale doeleinden of iemand zijn feitelijke woonplaats in Nederland heeft op basis van diverse factoren. Daarbij is voor de Belastingdienst ook van belang of die persoon niet tevens een woonplaats buiten Nederland heeft.

Een verkoper van tapijten, klokken, huishoudelijke artikelen, textiel en bestek met Nederlandse nationaliteit staat tot 28 november 2001 ingeschreven op het adres van zijn ouders in Nederland. Daarna heeft hij zich laten inschrijven in Duitsland, waarna hij op 8 februari 2012 zich heeft laten uitschrijven en zich heeft laten inschrijven in Spanje. Op 5 december 2013 heeft de verkoper zich weer in Nederland laten inschrijven. Door verkregen informatie uit een strafrechtelijk onderzoek heeft de inspecteur navorderingsaanslagen en boeten opgelegd.

De man verweert zich met de stelling dat hij niet in Nederland woonachtig was en hier niet belastingplichtig was. Rechtbank Zeeland-West-Brabant weet hij hiervoor echter niet te overtuigen. De rechtbank oordeelt dat de man zijn fiscale woonplaats in Nederland heeft gehad en niet ook in het buitenland. De rechtbank geeft daarvoor verschillende redenen aan waaronder het feit dat de man de Nederlandse nationaliteit heeft en eigenaar is van een perceel grond met daarop een woonwagen. Deze woonwagen heeft hem voor duurzame bewoning ter beschikking gestaan. Verder heeft hij een Nederlandse bankrekening waarop hij bedragen contant heeft gestort. Via die rekening heeft hij ook voor elektriciteit en water betaald. Ook is hij verzekerd in Nederland en heeft hij in Nederland zorgverleners bezocht. Tot slot heeft de man auto’s gehuurd in Nederland en tijdens verkeerscontroles Nederlandse boetes ontvangen. De man heeft wel aangegeven in andere landen gewoond te hebben, maar de rechtbank vindt toch dat hij in Nederland woonde, omdat de band met Nederland sterker was.

Bron: Rb. Zeeland-West-Brabant 12-07-2019 (publ. 9-12-2019)

Tweede Kamer stemt in met Wetsvoorstel UBO-register

De Tweede Kamer heeft ingestemd met het wetsvoorstel voor invoering van een UBO-register. Ondernemingen en rechtspersonen zijn in 2020 verplicht om hun (in)directe eigenaren te registreren.

Een UBO (ultimate beneficial owner)is een natuurlijk persoon die de uiteindelijke eigenaar is van of zeggenschap heeft over een juridische entiteit. Invoering van het UBO-register is een uitvoering van de vierde Europese anti-witwasrichtlijn. Doel van deze richtlijn is het voorkomen van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering.

Er zijn twee amendementen aangenomen. Een amendement dat regelt dat er extra waarborgen in de toegang tot het UBO-register worden ingebouwd en de veiligheid en privacy van uiteindelijk belanghebbenden wordt vergroot. Verder is een amendement aangenomen dat de uitzondering voor kerkgenootschappen schrapt.

Bij de aangenomen moties is een verzoek aan de regering, om na één jaar en na vier jaar na de vulling van het UBO-register een evaluatie van de impact op de privacy van de uiteindelijk belanghebbenden uit te voeren.

Bron: Tweede Kamer 10-12-2019

2020: belangrijke wijzigingen voor werkgevers

Wet arbeidsmarkt in balans

De Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) bevat een aantal aanpassingen van bestaande wetten. De belangrijkste wijzigingen uit de wet zijn:

De WW-premie wordt voortaan gedifferentieerd naar arbeidsovereenkomst. Bij werknemers met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd (geen oproepcontract) geldt de lage premie van (in 2020) 2,94%, voor de overige werknemers geldt de hoge premie van 7,94%.
De hoge premie is niet van toepassing voor werknemers die jonger zijn dan 21 jaar.
Aanpassing ketenregeling: de duur van de ketenregeling wordt weer teruggebracht naar drie jaar zoals voor de WWZ. In drie jaar mogen die aansluitende contracten worden aangeboden. Twee contracten zijn aansluitend als tussen beide een tussenpose van maximaal zes maanden zit.
Payrollers krijgen recht op dezelfde arbeidsvoorwaarden als het overige personeel.
De regelgeving met betrekking tot oproepkrachten wordt aangepast:
de werkgever moet de werknemer minstens vier dagen van te voren oproepen;
wordt de oproep binnen vier dagen voor aanvang van de werkzaamheden ingetrokken, dan behoudt de werknemer zijn recht op loon over de periode waarvoor hij aanvankelijk was opgeroepen;
de termijn van vier dagen kan bij cao worden verkort, maar mag nooit minder zijn dan één dag;
na een jaar moet de werkgever een aanbod doen voor een overeenkomst met een vast aantal uren.
Aanpassing ontslagrecht: er komt een cumulatiegrond voor ontslag. Wordt een werknemer op basis van de cumulatiegrond ontslagen, dan heeft hij recht op een hogere transitievergoeding (150%).
De transitievergoeding wordt anders berekend. Voor iedere werknemer geldt een transitievergoeding van 1/3 maandsalaris per jaar. Deze transitievergoeding geldt vanaf dag 1, dus ook werknemers die minder dan twee jaar bij een werkgever hebben gewerkt krijgen recht op een transitievergoeding.

Aanpassing WKR

De werkkostenregeling wordt op een paar punten aangepast:

Voor de eerste € 400.000 van de loonsom wordt de vrije ruimte verruimd tot 1,7%. Over het restant van de loonsom bedraagt de vrije ruimte 1,2%.
De overschrijding van het forfait van de WKR kan uiterlijk bij de loonaangifte over het tweede aangiftetijdvak van het volgende kalenderjaar worden aangegeven.
Er komt een gerichte vrijstelling voor vergoeding van de VOG-aanvraag door de werkgever.
De bepaling van de waarde van een product uit eigen bedrijf wordt in lijn gebracht met de gerichte vrijstelling die voor personeelskortingen voor branche-eigen producten geldt.

Fiets van de zaak

Ter stimulering van het fietsgebruik wordt er een forfaitaire bijtelling ingevoerd voor de door de inhoudingsplichtige ter beschikking gestelde fiets van de zaak die ook voor privédoeleinden wordt gebruikt. De forfaitaire bijtelling bedraagt 7% van de consumentenadviesprijs van de fiets.

Aanpassing (jeugd-)LIV

De tegemoetkoming Lage-inkomensvoordeel (LIV) wordt aangepast. Met ingang van 1 januari 2020 geldt er één tarief. Voor werknemers met een gemiddeld uurloon van € 10,29 tot € 12,87 geldt een tegemoetkoming van € 0,51 per verloond uur, met een maximum van € 1.000 per werknemer per jaar.
De bedragen voor het jeugd-LIV worden gehalveerd. De criteria voor het jeugd-LIV in 2020 worden later met de rekenregels per 1 juli 2020 bekendgemaakt.

MKB-verzuim-ontzorgverzekering

Per 1 januari 2020 wordt een verzuim-ontzorgverzekering geïntroduceerd voor mkb-ondernemers. De verzekering die wordt aangeboden door verzekeraars moet voorzien in een dekking van de loondoorbetaling bij ziekte en kleine werkggevers ondersteunen bij de verplichtingen en taken rond loondoorbetaling bij ziekte, inclusief een transparant, goed en betaalbaar dienstverleningspakket voor die twee jaar.

Focus op rekening-courant dga

De Belastingdienst zal in 2020 extra aandacht besteden aan de rekening-courant van de dga. Ook kunnen diverse branches toezichtacties verwachten.

Uit het onlangs gepubliceerde jaarplan 2020 van de Belastingdienst blijkt dat het onzakelijk gebruik van de rekening-courant door de dga van een bv volgend jaar op extra aandacht kan rekenen. Aangiften vennootschapsbelasting en inkomstenbelasting van respectievelijk bv en de dga worden daarvoor in onderlinge samenhang beoordeeld.

Verder zal een deel van de toezichtcapaciteit van de Belastingdienst worden ingezet voor thematische acties zoals toezichtacties in de landbouw, in de horeca en de uitzendbranche. Ook krijgt, op basis van een in 2019 gehouden pilot, het toezicht op de autobelastingen in 2020 extra aandacht geven. Dit geldt zowel voor MKB-ondernemingen als bij de douane.

Ook stichtingen en verenigingen krijgen in 2020 extra aandacht. Bij de Belastingdienst staan ruim 300.000 stichtingen en verenigingen geregistreerd die voor geen enkele belasting aangifte doen. Door middel van voorlichting wil de Belastingdienst hen bewust maken van mogelijke belastingplicht. Ook worden vragenformulieren toegestuurd om de eventuele belastingplicht te kunnen beoordelen. Waar nodig wordt ter plaatse een onderzoek ingesteld.

Bron: MvF 20-11-2019