Jan van Nassaustraat 21, 2596 BL Den Haag
Ma – Vr 8:30 – 17:30
post@driessenaccountancy.nl

30%-regeling zonder medewerking werkgever onmogelijk

Voor toepassing van de 30%-regeling moet de werkgever het aanwijzen als eindheffingsbestanddeel. Ook moet de werkgever bij uitbetaling van het loon met de 30%-regeling rekening houden en op individueel niveau verwerken in de loonadministratie.

De heer X heeft de Deense nationaliteit. Hij is in dienstbetrekking werkzaam voor de A bv vanaf 1 januari 2012 tot en met 31 maart 2015. Vanaf 1 april 2015 is de heer X dga van B bv. Voor de werkzaamheden voor A bv heeft de Belastingdienst een beschikking 30%-regeling afgegeven. Ook voor de werkzaamheden als dga voor B bv vanaf 1 april 2015 gaf de Belastingdienst een beschikking voor de 30%-regeling af. In april 2015 ontvangt de heer X van A bv een nabetaling, waarop A bv 52% loonheffing heeft ingehouden. A bv heeft de 30%-regeling niet toegepast. In zijn aangifte inkomstenbelasting heeft de heer X een aftrek toegepast als correctie 30%-regeling. De inspecteur heeft bij het opleggen van de definitieve aanslag deze aftrek niet toegestaan.
In geschil bij Hof Den Haag is of de heer X recht heeft op een aftrek als correctie 30%-regeling.
Het hof stelt vast dat de werkgever bij de uitbetaling van de ‘retention bonus’, de vakantiedagen en de beëindigingsvergoeding geen loonbestanddelen heeft aangewezen als eindheffingsbestanddeel. Alleen als de werkgever bij uitbetaling van het loon rekening houdt met de gerichte vrijstelling (30%-regeling) en op individueel niveau in zijn loonadministratie verwerkt, is de aanwijzing van een gerichte vrijstelling pas voltooid. De afspraken over de 30%-regeling in de arbeidsovereenkomst of een beschikking 30%-regeling zijn onvoldoende om de 30%-regeling te kunnen toepassen.
Als de heer X in overleg was getreden met A bv en A bv had correctieberichten op de ingediende aangiften loonheffingen ingestuurd naar de Belastingdienst, had de heer X de 30%-regeling wel kunnen toepassen. Ook had de heer X bezwaar kunnen maken tegen de inhouding van loonbelasting over de tijdvakken april en mei 2015. Het eindoordeel van het hof is dat de heer X geen recht heeft op toepassing van de 30%-regeling op de ontvangen ‘retention bonus’, de uitbetaalde vakantiedagen en de beëindigingsvergoeding.

Bron: Hof Den Haag 30-06-2021 (gepubl. 22-07-2021)