Jan van Nassaustraat 21, 2596 BL Den Haag
Ma – Vr 8:30 – 17:30
post@driessenaccountancy.nl

Goedkeuring voor samentelregeling ongehuwde partners

De staatssecretaris van Financiën keurt goed dat personen na vijf jaar onafgebroken inschrijving op hetzelfde woonadres automatisch als elkaars partner voor de Successiewet 1956 worden aangemerkt voor de samentelling van schenkingen en erfrechtelijke verkrijgingen.

Wanneer partners van dezelfde persoon allebei een schenking krijgen, worden deze schenkingen voor de berekening van schenkbelasting behandeld als één verkrijging voor het gezamenlijke bedrag. Een soortgelijke systematiek geldt voor erfrechtelijke verkrijgingen uit dezelfde nalatenschap. Dit kan ongewenste gevolgen hebben als twee bloedverwanten die voor de Successiewet 1956 als elkaars partner worden aangemerkt beiden een schenking of erfenis ontvangen van eenzelfde familielid. In onderdeel 2 van dit besluit is daarom een goedkeuring opgenomen die erin voorziet dat in dergelijke gevallen schenkingen en erfrechtelijke verkrijgingen door partners niet hoeven te worden samengeteld.

Voor de goedkeuring dat partners die beiden verkrijgen van dezelfde schenker voor de berekening van de schenkbelasting niet als één en dezelfde persoon worden aangemerkt en dat de samentelregeling buiten toepassing blijft bij partners die beiden verkrijgen uit dezelfde nalatenschap gelden de volgende voorwaarden:
1. Het partnerschap tussen de verkrijgers is uitsluitend door tijdsverloop (vijf jaar onafgebroken samenwoning) ontstaan. Er is dus geen notarieel samenlevingscontract;
2. De erflater of schenker staat ten opzichte van elk van beide verkrijgers in dezelfde graad van bloedverwantschap; en
3. De verkrijgers zijn bloedverwanten van elkaar.
Dit besluit treedt in werking met ingang van 23 april 2022 en werkt terug tot en met vijf jaar voorafgaand aan deze dag.
Voor belastingaanslagen die inmiddels onherroepelijk vaststaan, vindt de goedkeuring plaats na een daartoe door de verkrijgers gedaan verzoek om ambtshalve vermindering. Een verzoek om ambtshalve vermindering moet bij de voor de erf- of schenkbelasting bevoegde inspecteur worden ingediend binnen vijf jaar na het moment van verkrijging.
Bron: MvF 13-04-2022