
Btw-teruggaaf voor verhuur werkkamer aan eigen bv terecht toegekend
In 2018 kochten twee particulieren een nieuwbouwwoning in [Z], inclusief erfpachtrechten op een appartement en parkeerplaats. De woning is 137 m² groot. Bij de oplevering werd btw in rekening gebracht op facturen die op naam van beide kopers stonden.
Een van hen is directeur-grootaandeelhouder (dga) van een bv die actief is in fiscale dienstverlening. De bv heeft een huurovereenkomst gesloten voor het gebruik van een werkkamer van 9,8 m² in de woning. Deze kamer is bereikbaar via de hal en heeft geen eigen toilet of keuken. De verhuur begon op 1 april 2020 voor een periode van vijf jaar, met automatische verlenging. De huur bedraagt € 600 per kwartaal, exclusief btw.
De verhuur is belast met omzetbelasting. In de btw-aangifte over het eerste kwartaal van 2020 vroegen de eigenaren een btw-teruggaaf aan voor 7,15% van de voorbelasting, overeenkomstig het aandeel van de woning dat werd verhuurd.
De Belastingdienst weigerde deze teruggaaf, maar de Rechtbank Noord-Holland gaf de belastingplichtigen gelijk. In hoger beroep oordeelde ook Hof Amsterdam in hun voordeel.
Het Hof vond voldoende aannemelijk dat de bv de huur daadwerkelijk heeft betaald, dat de kamer alleen zakelijk wordt gebruikt en dat de huur niet symbolisch is. Omdat er sprake is van een duurzame verhuur tegen een reële vergoeding, is dit volgens het Hof een economische activiteit: het exploiteren van een vermogensbestanddeel met het doel om er blijvend opbrengst uit te halen (artikel 7, lid 2, onderdeel b, Wet OB 1968).
De gevraagde btw-teruggaaf is dus terecht toegekend.