Jan van Nassaustraat 21, 2596 BL Den Haag
Ma – Vr 8:30 – 17:30
post@driessenaccountancy.nl

Geen verlaging gebruikelijk loon bij te late aangifte

Een directeur-grootaandeelhouder diende zijn aangifte inkomstenbelasting over 2020 niet op tijd in, ondanks een correcte herinnering en aanmaning van de Belastingdienst. Hierdoor was sprake van omkering en verzwaring van de bewijslast: de Belastingdienst hoefde niet te bewijzen dat de vastgestelde inkomsten juist zijn, maar de belastingplichtige moest zelf aantonen dat ze onjuist zijn.

De Belastingdienst stelde het belastbaar inkomen vast op € 46.000. Dit bestond uit een bekend loon van € 600 en een geschat gebruikelijk loon van € 45.400, op basis van de gebruikelijkloonregeling.
Oordeel van de rechtbank

Rechtbank Zeeland-West-Brabant vond de schatting niet onredelijk of willekeurig, gezien de rol van de belastingplichtige als directeur-grootaandeelhouder van meerdere vennootschappen.

De belastingplichtige kon niet aantonen dat het loon in werkelijkheid lager moest zijn. Ook heeft hij niet bewezen dat er sprake was van een structurele verliesgevende situatie, wat een lager loon zou kunnen rechtvaardigen.
Boete blijft staan

De opgelegde verzuimboete van € 385 voor het niet op tijd indienen van de aangifte blijft in stand. De rechtbank vond geen bijzondere omstandigheden die een verlaging van de boete rechtvaardigen.

Hoewel de procedure één maand langer duurde dan wenselijk (overtreding van de redelijke termijn volgens artikel 6 EVRM), is er geen extra compensatie nodig. Omdat de boete lager is dan € 1.000, is het voldoende dat de rechter deze overschrijding vaststelt.
Uitkomst

Het geschatte loon van € 46.000 blijft gehandhaafd.

De verzuimboete van € 385 blijft staan.

Het beroep is ongegrond verklaard.