Jan van Nassaustraat 21, 2596 BL Den Haag
Ma – Vr 8:30 – 17:30
post@driessenaccountancy.nl

Aan ex-partner betaalde schommelende bedragen aftrekbaar

Voor duurzaam gescheiden partners blijft een juridisch afdwingbare zorgverplichting bestaan. Daarom zijn de door de rechter in een voorlopige voorziening genoemde onderhoudsbijdragen aan de ex-partner aftrekbaar. Dit is ook het geval als partijen naderhand overeenkomen dat de man vanwege zijn lage inkomens slechts hoeft te betalen voor zover hij dat kan.

Een echtpaar is vanaf 2006 duurzaam gescheiden gaan leven, nadat zij eerder waren gehuwd. In 2015 treft de rechtbank een voorlopige voorziening. Hierin staat dat de man aan zijn ex-vrouw maandelijks € 2.000 moet betalen. Op 21 oktober 2016 heeft de inschrijving van de echtscheiding in het bevolkingsregister plaatsgevonden. In het echtscheidingsconvenant is bepaald dat de man geen alimentatie hoeft te betalen. De man heeft in 2015 en 2016 onderhoudsbijdragen betaald zijn ex-vrouw.
Bij Rechtbank Noord-Holland is in geschil of de door de man aan zijn ex-vrouw betaalde bedragen aftrekbaar zijn. De rechtbank is van mening dat voor ex-partners een juridisch afdwingbare zorgverplichting blijft bestaan, ook nadat zij duurzaam gescheiden zijn gaan leven. De man heeft onweersproken verklaard dat hij en zijn ex-partner al sinds jaar en dag gescheiden hebben geleefd. Zij hebben daarom het plan opgevat om definitief uit elkaar te gaan. De rechter heeft in een voorlopige voorziening bepaald dat de man aan zijn ex-vrouw een onderhoudsbijdrage moet voldoen. Het inkomen van de man schommelt echter nogal. Daarom is zijn draagkracht in 2015 en 2016 niet toereikend om het bedrag van € 2.000 maandelijks te betalen. Hij en zijn ex-vrouw zijn om die reden, in afwijking van de voorlopige voorziening, overeengekomen dat de man geringere bedragen aan zijn ex-vrouw betaalde. Volgens de rechtbank is hieruit gebleken dat er daadwerkelijk een overeenkomst heeft bestaan, ook al is die niet schriftelijk vastgelegd. Een overeenkomst hoeft namelijk niet schriftelijk te zijn vastgelegd.
De rechtbank oordeelt voorts dat alle in 2015 gedane betalingen op grond van het bovenstaande kwalificeren als periodieke uitkeringen voortvloeiende uit het familierecht. Gedurende 2015 leefden partijen immers al duurzaam gescheiden. Voor 2016 moet een onderscheid worden gemaakt. Ook de betalingen in 2016 zijn aftrekbaar, echter met uitzondering van de betalingen in 2016 die zijn gedaan na de inschrijving van de echtscheiding in de openbare registers. Die betalingen zijn niet meer aftrekbaar, omdat in het convenant was overeengekomen dat geen alimentatie hoefde te worden betaald.

Bron: Rb. Noord-Holland 05-03-2021