Jan van Nassaustraat 21, 2596 BL Den Haag
Ma – Vr 8:30 – 17:30
post@driessenaccountancy.nl

Naheffing op onterecht afgegeven btw-nummer

De Belastingdienst wijst een btw-ondernemer (ten onrechte) een tweede btw-nummer toe. Vervolgens trekt de ondernemer onder het tweede btw-nummer te veel voorbelasting af. In die situatie mag de inspecteur van Rechtbank Zeeland-West-Brabant de btw naheffen bij de ondernemer onder het onterecht toegekende tweede btw-nummer.

Een man is via zijn eenmanszaak actief als (fiscaal) bedrijfs- en praktijkadviseur. Daarnaast verhuurt hij samen met zijn echtgenote acht appartementencomplexen en winkelruimten. Het gaat daarbij zowel om btw-vrijgestelde als belaste verhuur. De fiscus kent de man twee btw-nummers toe: een voor de eenmanszaak en later een andere voor de verhuuractiviteiten. De Belastingdienst duidt de verhuuractiviteit aan met ‘de combinatie’. Uit een boekenonderzoek blijkt dat de combinatie ten onrechte geen splitsing heeft aangebracht in de voorbelasting. De Belastingdienst legt daarop de combinatie naheffingsaanslagen op over de jaren 2010 tot en met 2015. Ook de eenmanszaak krijgt naheffingsaanslagen opgelegd over de jaren 2013, 2014 en 2015.
De man tekent namens zowel de eenmanszaak als de combinatie beroep aan tegen deze naheffingsaanslagen. Hij stelt dat de eenmanszaak en de combinatie maar één btw-ondernemer vormen. De Belastingdienst heeft het btw-nummer voor de combinatie dus ten onrechte toegekend. De rechtbank bevestigt de juistheid van deze stelling. Dat neemt echter niet weg dat de combinatie de teruggaaf heeft genoten. Daardoor kan de fiscus de combinatie een naheffingsaanslag opleggen. Wel is de naheffingsmogelijkheid beperkt tot het bedrag van de verleende teruggaven.
Verder doet de man namens de eenmanszaak een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel. De inspecteur heeft de eenmanszaak namelijk al eerder naheffingsaanslagen over de jaren 2013 – 2015 opgelegd ter behoud van recht. Na bezwaar door de man namens de eenmanszaak zijn deze aanslagen vernietigd. Daarmee heeft de inspecteur volgens de rechtbank bij de man het vertrouwen opgewekt dat geen tweede naheffingsaanslag zou volgen. De rechtbank vernietigt de naheffingsaanslagen op naam van de eenmanszaak.

Bron: Rb. Zeeland-West-Brabant 04-03-2021